Dat het beoogde college van Gedeputeerde Staten in haar nieuwe coalitieakkoord de natuur als ‘Overijssels kroonjuweel’ omarmt stemt de natuurorganisaties Staatsbosbeheer, Landschap Overijssel, Natuur en Milieu Overijssel en Natuurmonumenten tevreden. In het akkoord staan volgens de organisaties zowel positieve punten als zaken die vragen oproepen.Het voornemen om de
Ecologische Hoofdstructuur (EHS) op een goede manier af te ronden sluit aan bij het landelijke beeld. De organisaties zijn het echter niet eens met het uitgangspunt van het nieuwe college om in 2018 de EHS af te ronden. Een strakke einddatum gaat niet samen met het principe dat de EHS op vrijwillige basis wordt gerealiseerd, omdat het tempo immers niet zeker is. De natuurbeheerders stellen dat het standpunt ‘wat in 2018 klaar is, is goed’, zou moeten veranderen in ‘het is goed, als het klaar is’, ook al is dat een paar jaar later. Dit standpunt nemen ook veel andere provincies in. Meer tijd nemen is de slimste manier van bezuinigen zonder teveel ambitie in te leveren.
De organisaties zijn tevreden met de inzet op
Groene en Blauwe Diensten. De vergoedingen voor natuurbeheer lijken echter risico te lopen, omdat dit volledig afhankelijk wordt gemaakt van rijksgeld. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld rijkswegen waar de provincie wel eigen geld in wil steken.
Het nieuwe college geeft terecht aan dat de kwaliteit van de natuur belangrijker is dan de kwantiteit. Tegelijkertijd wordt een aantal malen aangegeven dat meer wordt ingezet op particulier en agrarisch natuurbeheer. De organisaties gaan er vanuit dat de overheid het principe van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ handhaaft en dat iedereen die natuur beheert volgens de afgesproken doelen hetzelfde wordt behandeld. Als gekeken wordt naar de natuurwaarden, de efficiency van het beheer, de inspanningen voor de recreatie en de inzet van extra eigen middelen, is de rol van de terreinbeherende organisaties van eminent belang voor de natuur en de recreatie in Overijssel. Sterker nog: het
Planbureau voor de Leefomgeving heeft juist recent aanbevolen zoveel mogelijk bij de grote organisaties in beheer te geven, omdat dan de meeste natuur per uitgegeven euro behaald wordt. Juist bij agrarisch natuurbeheer zijn de natuurresultaten vaak onder de maat. De kwaliteit van de natuur moet centraal staan.
De organisaties zijn tevreden over het voornemen voor een goede faunapassage tussen de Weerribben en De Wieden. Dit is van groot belang voor deze natuurgebieden. Wel merken ze op dat de Nationale Landschappen wel een aantal keren worden genoemd, maar de Nationale Parken nauwelijks. Het gaat daarbij om de
Sallandse Heuvelrug en
Weerribben – Wieden.
Al met al zien de natuurorganisaties voldoende kansen in het coalitieakkoord om als partner van de provincie samen de schouders er onder te zetten. “Natuurlijk zijn het lastige tijden, maar het glas is wat ons betreft halfvol” aldus Jan Gorter, regiodirecteur van Natuurmonumenten.