Ondanks de inspanningen in de afgelopen decenia gaan de Nederlandse weidevogels in aantallen achteruit. Momenteel overweegt de Nederlandse regering om het weidevogelbeleid te focussen op zogenaamde weidevogelkerngebieden. De gedachte is dat met een concentratie van inspanningen meer is te bereiken dan met een verdunde inzet op een groot areaal. Maar, welke gebieden zouden dan in aanmerking moeten komen? Welk deel van de populatie zou er mee veiliggesteld worden en hoe pakt het voor verschillende soorten uit? Welke rol spelen terreinbeheerders en agrariers daarin? In een artikel van Sovon (De Levende Natuur) staat een verkenning om de discussie hierover te bevorderen.
Het eindbeeld dat Sovon schetst is dat de kerngebiedenbenadering voor een duurzaam voortbestaan van de Nederlandse weidevogels aantrekkelijk is vanwege de ruimtelijke focus. Tegelijk wordt duidelijk hoe veelomvattend deze opgave is. Binnen de kerngebieden zal veel moeten verbeteren ten aanzien van inrichting en/of beheer, waarbij aan alle soorten gerichte aandacht zal moeten worden besteed. In de ruimtelijke schil eromheen zal bovendien meer aandacht worden geschonken aan behoud en versterking van de landschappelijke openheid, wat krachtig planologisch beleid vraagt. Als de kerngebieden een succes worden, dan zal de omvang van de populatie aanzienlijk kleiner zijn dan de huidige.
Het artikel van Sovon kunt u kunt u hier lezen (downloaden als pdf)
Bron: Sovon, november 2011.